se fjordene, se
breene, se fossene,
møt menneskene
ruimtes, stiltes,
een spectaculair landschap
Oost-Noorwegen / Austlandet: 2.6 provincie Oppland II |
|
· Het provinciehuis staat in Lillehammer.· De provincie Oppland maakt deel uit van de regio Østlandet (= Akershus + Buskerud + Hedmark + Oppland + Oslo + Telemark + Vestfold + Østfold). · Oppland kent drie districten: Gudbrandsdalen » Vestoppland » en Valdres » . | | | Gemeentelijke samenwerkingsverbanden: | Regionrådet for Midt-Gudbrandsdal op nord-fron.kommune.no » | Regionrådet for Nord-Gudbrandsdal op run.no » | Regionrådet for Gjøvikregionen op geen website » | Regionrådet for Lillehammer-regionen op lillehammer.no » | Regionrådet for Valdres op valdres.no » | Regionrådet for Hadeland op regionhadeland.no » Het provinciewapen toont twee witte bloemtakjes tegen een groene achtergrond. De takjes zijn van de "Pulsatilla vernalis": het wildemanskruid.Onderstaande links zijn reclame. Onzeautovakantiesinnoorwegen.nl is niet verantwoordelijk voor de getoonde inhoud. 21 juli '04 Aan de zuidzijde van wegno.E136 Bjorli - Lesja - Dombås ligt het uiterste puntje van het Gudbrandsdal: een glooiend agrarisch gebied met grotere boerderijen. Aan de noordzijde van de weg ligt de hoogvlakte Dovrefjell: een deels moerassig hoogland dat de grens vormt tussen Zuid- en Noord-Noorwegen. Bijna geheel Dovrefjell is nationaal park. | | | | | | | | Dombås is een plaats met een groter winkelcentrum en een uitgebreide Turist Info. Vanuit deze omgeving worden eland-safari's of muskusossen-safari's (elg = eland, moskus = muskusos) georganiseerd. | | | Over een safari op eigen gelegenheid vertellen we meer verderop in deze provincie onder vanaf Kongsvoll Fjeldstue een muskusos-safari op eigen gelegenheid (pag.5) » . Muskusossen hebben ook in de laatste ijstijd in Europa geleefd, maar zijn daarna uitgestorven. Men heeft tot tweemaal toe getracht de beesten te herintroduceren door ze over te laten komen van Groenland naar Hjerkinn, een dorpje ten noorden van Dombås aan wegno.E6. In 1931 waren dat er tien, maar deze zijn in de Tweede Wereldoorlog verdwenen. Tussen 1947 en 1953 heeft men het nogmaals geprobeerd, toen met 23 kalfjes en dat is gelukt. Een vijftal dieren uit de Noorse populatie hebben zich in Zweden gevestigd en zich daar voortgeplant. Van de twee tot drie kuddes muskusossen die nu in Scandinavië voorkomen, is de grootste thuis op Dovrefjell. De muskusos wordt max. 23 jaar oud. Muskusossen zijn dagdieren. 's Zomers leven ze in kuddes van ongeveer tien dieren geleid door een ouder mannetje, de andere stieren leven gescheiden. 's Winters zijn de kudden wel gemengd en tellen ongeveer vijftig dieren. De bronsttijd valt in juli en augustus en rivaliserende mannetjes stoten wel tien tot twintig keer met de koppen tegen elkaar. Bij deze gevechten stormen de dieren op elkaar af en de kopstoten zijn te horen tot wel 2 km in de omtrek. Mannetjes zijn na vijf jaar geslachtsrijp, vrouwtjes na twee jaar. Na een draagtijd van acht à negen maanden worden tussen eind april en midden juni de kalveren geboren: per worp één, soms twee kalveren. Men heeft "alle redenen" de ossen met het nodige respect te bejegenen, zeker als er kalveren bij de groep zijn: ze halen 60 km/uur (ze zijn nauwer verwant aan geiten, schapen en gemzen dan aan runderen), wegen tussen de 225 en 445 kg en zullen niet aarzelen aan te vallen als ze zich bedreigt voelen. Men wordt geacht ruim (200 meter!) afstand te houden. Vanaf Dombås vervolgen we met de voormalige handels- en pelgrimsroute tussen Oslo en Trondheim: de pelgrims waren destijds op weg naar de schrijn van Olav de Heilige in Trondheim. Trondheim was van 1031 tot aan de Reformatie in 1537 de belangrijkste bedevaartsplaats in Noord-Europa. De pelgrimsroute liep globaal via de huidige wegno.E6, de schier eindeloze zuid/noord-weg die loopt van zelfs het Zweedse Trelleborg (ten zuiden van Malmö) tot het Noorse Kirkenes aan de Barentszee bij de Russische grens (volgens maps.google.nl écht precies 3.100 km). | Wij gaan ook "op pelgrimstocht": naar de Lofoten. We volgen wegno.E6 de komende twee dagen, dus verdwalen zullen we niet. Het is een tweebaansweg, soms met grind, en de maximum snelheid = 90 km/uur. Tot de plaats Oppdal (= provincie Sør-Trøndelag) volgt deze weg de rivier de Driva. Hierna buigt de Driva af naar het westen langs wegno.70. Uiteindelijk mondt de rivier bij Sunndalsøra uit in de Sunndalsfjord. Op de heenreis naar, en op de terugreis van de Lofoten nemen we grotendeels dezelfde route en om niemand te laten verdwalen Snøhetta: sneeuwkap ![]() foto: noorwegeninfo.nl Vanaf Dombås noordwaarts ligt aan weerszijden van wegno.E6 Nationaal Park Dovrefjell. Al snel springt op de weidse vlakte de besneeuwde bergtop "Snøhetta" -Sneeuwkap- in het oog: met 2.286 m de op drie na hoogste berg van Noorwegen. Een stukje voor Hjerkinn ligt de beschermde brug "Arnfinnsbrua" uit 1825. Het verhaal gaat dat een zekere Arnfinn zijn weg naar de vrijheid verkreeg door de brug te bouwen. In werkelijkheid hebben 28 mannen 779 dagen aan de brug gewerkt. HJERKINN FJELLSTUE Hjerkinn ligt aan het hoogste punt van de weg over de Dovrefjell. Hjerkinn Fjellstue is de oudste fjellstue van Noorwegen: gesticht rond 1100 door koning Eystein. Het was zijn idee om langs de gangbare wegen meer berghutten te bouwen zodat reizigers (en langs de kust ook de vissers) konden rekenen op onderdak en voedsel. Tevens bouwde de koning naast zijn "Kongsgård" in Hjerkinn een kapelletje: nu staat er Eysteins Kirke, ter nagedachtenis aan de koning. De huidige Hjerkinn Fjellstue telt 26 kamers en heeft plaats voor caravans. Een camping met hytter is Hageseter Turisthytte. | | | Wandelen over Kongeveien ![]() foto: © Hans Mispelaere - noorwegen.tv "2005 - Dit jaar werd het eens....... Noorwegen" Tekst: Jolanda Linschooten op reizen.nl » · Uitzichtrijke tocht naar Kongsvoll Fjeldstue over een breed pad boven het Drivdal, 25 km. · Vanaf Hjerkinn Fjellstue volgt men in noordelijke richting een breed pad omhoog naar Hjerkinnshøi, dit pad daalt later weer richting E6. Vervolgens gaat de route in noordoostelijke richting omhoog via de helling van Søndre Knutshø en buigt dan noordelijk af naar de gerestaureerde Kongsvoll Fjeldstue. | | | informatieborden Vårstigen is een onderdeel van de oude koningsweg, maar we komen er niet uit of "dit stuk" al zit in het "vorige stuk" of niet.langs Vårstigen ![]() foto: onbekend Dit is wat we over Vårstigen hebben gelezen: Bron: oppdal.kommune.no » "Historische route, ca. 7 km lang, beginpunt 3 km ten noorden van Kongsvold Fjeldstue. Op de informatieborden langs de route kunt u lezen over de geschiedenis van de weg". Bron: "Noorwegen" door Hans Hoogendoorn, Ger Meesters, Angela Heetvelt. » "Langs de E6 loopt over een gedeelte van 9 km nog een deel van de oude Kongevei tussen Christiana en Trondheim. Tot 1853 was de Vårstig de schrik van de reiziger, omdat de weg zo steil en smal was dat twee ruiters elkaar niet konden passeren: pas in 1704 was het pad zo breed dat de koning er met een koets voorbij kon. Nu is de Vårstig een geliefd wandelpad met fraaie uitzichten over het Drivdal. Bij begin- en eindpunt zijn parkeerplaatsen aangelegd met informatieborden. Het pad begint 3 km ten noorden van Kongsvold en eindigt bij Nessavollen". Bron: noorwegen.org » "In de lente wanneer de rivieren een hoge waterstand kregen, was het onmogelijk om het winterpad -wat beneden door het dal ging- te gebruiken. Op deze manier ontstond Vårstigen: zowel het pad als de naam". | Vanaf Kongsvoll Fjeldstue een wandeling naar de top van Søndre Knutshø Tekst: Jolanda Linschooten op reizen.nl » · Eenvoudige wandeling, niet gemarkeerd, mooi uitzicht over heel Dovrefjell, ± 4 uur heen en terug · Start vanaf Kongsvoll Fjeldstue op ?? moh., top Søndre Knutshø op 1.690 moh. Vanaf Kongsvoll Fjeldstue eerst zuidwaarts lopen over "Pilgrimsleden" richting Hjerkinn tot het beekje Blesebekken, vervolgens de oever hiervan omhoog volgen. Vanaf hier geen markeringen meer. Boven de boomgrens ziet men 3 toppen, waarvan de rechter Søndre Knutshø is. Deze berg via de zuidwesthelling omhoog volgen: terug langs dezelfde route. De berg Knutshø heeft voor Noorse begrippen een rijke flora vanwege de speciale grondsoort van kalk en leisteen: er zijn 420 (!!) plantensoorten geregistreerd. | Tekst: Jolanda Linschooten op reizen.nl » · Deze wandeling behoort tot de meest kansrijke van heel Dovrefjell om muskusossen te zien. De route voert over eenvoudige wandelpaden door het brede Stroplsjødal. Naar Reinheimhytta en terug ca. 7uur; alleen tot de Kaldvella-rivier en terug ca. 4 uur. · Vanaf Kongsvoll Fjeldstue wegno.E6 oversteken en in zuidelijke richting naar de brug over de Driva-rivier. Wegwijzers "Reinheimhytta" volgen: eerst via een steil breed pad door een berkenbos omhoog naar het plateau, vervolgens door het weidse Stroplsjødal naar de voetbrug over de Kaldvella-rivier. Over de brug het pad in noordwestelijke richting blijven volgen tot Reinheimhytta. · Overnachten in Reinheimhytta (1.340 moh) is beslist een aanrader. Er is eten te koop, hoewel het een afgesloten berghut is waarvoor men een DNT-sleutel moet hebben (van de Noorse bergsportvereniging DNT: hierna meer daarover). | | DNT, de Noorse bergsportvereniging, beheert tal van berghutten: zowel bemande als onbemande. Alle hutten hebben een standaard slot: leden van DNT kunnen o.a. bij DNT in Oslo een sleutel aanvragen en zo toch overnachten in een onbemande hut. Op norske.nl lezen we dat er ook tentplaatsen beschikbaar zijn (?) . | ![]() Oost-Noorwegen / Austlandet: 2.7 provincie Oppland III op de terugweg: - suggesties - de letters A t/m E komen overeen met die op het kaartje gemaakt met maps.google.nl » Vanuit Dombås rijdt men wegno.E6 zuidelijker. 3 Kilometer vóór Otta gaat men bij Selsverket rechtsaf/westwaarts. Deze tolweg loopt aan de noordoever van de rivier Ula door het dal Uladalen. Na 4 km vindt men een parkeerplaats -met informatieborden over de ontstaansgeschiedenis- waarvandaan men een steile wandeling naar het natuurfenomeen Kvitskriuprestene kan maken. Het is een klein groepje pilaren van witte kalksteen, 6 m hoog met grote stenen erboven op: de stenen fungeren als paraplu. Boven bij de pilaren is een versperring die men niet mag overschrijden wegens instortingsgevaar. Zandpilaren zijn bekend in de Alpen, maar in Scandinavië vindt men ze alleen hier aan de westkant van het Rondane Nasjonalpark. Sinds 1977 is dit beschermd gebied. Ze komen hier al 9.000 jaar voor, maar de huidige zijn pas 100 jaar oud. Bij droog weer zijn de pilaren keihard, bij vochtig weer worden ze week. Als ze ooit zullen omvallen zal het regenwater, doordat het een steile berghelling betreft, weer nieuwe pilaren aanmaken: de natuur zal echter weer járen nodig hebben. | | | -vanaf de Witte Priesters kan men de weg blijven volgen en dan komt men ook in Vågåmo:- Bij Otta neemt men rechtsaf/westwaarts wegno.15 en die volgt men tot voorbij Vågåmo, onderlangs het meer Vågåvatnet. Men slaat af linksaf/zuidwaarts op wegno.51: deze gaat eerst door het dal Sjodalen en dan over de hoogvlakte Valdresflya. Uiteindelijk kan men verderop bij Fagernes linksaf/oostwaarts naar Lillehammer, met wegno.E16 iets verderop zuidelijker linksaf/oostwaarts op wegno.33 naar Hamar of wegno.E16 vervolgen naar Oslo. Bij Fagernes rechtsaf gaat men richting Gol en Geilo en komt men terecht op de hoogvlaktes Hemsedalfjell en Hardangervida. B) Ridderspranget: de Sprong van de Ruiter Vanaf de brug bij Vågåmo is het 30 km naar de zijweg (van wegno.51) die naar Ridderspranget gaat. Vanaf het parkeerterrein is het een klein stukje wandelen naar waar de rivier de Sjoa door een nauwe kloof raast. Er zijn draaikolken en stroomversnellingen en er wordt gekajakt. De legende -en het informatiebord- vertelt dat hier de ridder Sigvat Kvie overheen sprong, met het mooie meisje Skårvangsola in zijn armen. Ze waren samen op de vlucht voor de ridder Ivar Gjesling. Uiteindelijk schijnt Sigvat een schadevergoeding hebben betaald aan Ivar ... .
Vanaf Besseggen kijkt men uit over twee bergmeren: het Gjende -of Gjendin- en het Bessvatnet. De tocht is populair en wordt per jaar door wel 40.000 mensen (!!) gemaakt. "Besseggen graat" is een bergrichel, soms maar een paar meter breed, die de scheiding is tussen de twee meren. Het pad wordt ook het Peer Gynt-pad genoemd: een rendier met de legendarische Peer Gynt op z'n rug zou over de Besseggen-graat gerend zijn. Het woord "Gjende" komt van "gandr" wat wandelstok betekent. Het meer is 20 km lang en heeft ook de vorm van een wandelstok. · Het is een redelijk zware tocht: 8,5 uur over 18 km. Soms is het zo steil dat gelijktijdig handen- en voetenwerk vereist is. · Route: Gjendesheim ligt aan wegno.51 op de hoogvlakte Valdresflya. In Gjendesheim vertrekt vijf keer per dag een voetgangerspontje voor het tochtje van 20 minuten naar Memurubu. Hiervandaan begint de wandeling, "Besseggen" staat op bordjes aangegeven. De wandelroute gaat verder tot terug in Gjendesheim. · Besseggen Fjellpark is een camping met hytter in Maurvangen: 2,5 km vanaf het pontje. De berghut Gjendesheim ligt aan wegno.51, ± 10 km ten noorden van Gjendesheim. Gjendebu is DNT's oudste berghut, ligt aan de westkant van het Gjendemeer en is te bereiken met de voetgangerspont. · "Denk er aan om, zelfs met mooi weer, wat extra kleding en eten mee te nemen. Het weer in de bergen kan in 15 minuten omslaan van goed naar slecht (mist/regen/hagel/kou/wind). Voordat men van start gaat, is aan te raden het weerbericht voor het westen van Noorwegen te controleren". | | | | | | | | Wandeling naar Knutshø -of Knutshøi of Knutshö- 1.517 moh Dit is een alternatief voor de zwaardere wandeling naar Besseggen van hiervoor: minder steil en korter (4 of 6 uur). Knutshø ligt aan de overkant/zuid-oostkant van het meer Gjende en vanaf de top kijkt men neer op Besseggen met zijn sliert wandelaars. · De start is 3 km ten zuiden van Gjendesheim aan wegno.51 bij de kleine parkeerplaats Vargebakken aan de rechterkant van de weg. Kort na vertrek westwaarts passeert men de brug over de kleine rivier Varga. Hier staan routewijzers: · · linksaf een uur door het dal Leirungsdalen en vervolgens langs de rivier Leirungsæ stroomafwaarts langs een makkelijk pad. Daarna volgt een geleidelijke klim naar Knutshø. Nadeel is dat men tijdens de afdaling op de terugweg het Gjende én de mooiste uitzichten in de rug heeft. · · direct richting Knutshøryggen: het eerste stuk is weliswaar tamelijk steil (twee korte stukjes) maar de uitzichten maken het helemaal goed!. Terug kan natuurlijk via dezelfde route. En natuurlijk kan men ook noord-westwaarts de eerste optie van de heenweg als terugroute nemen. Men kan echter ook rechtsaf en het padje naar Gjendeosen lopen: deze lus maakt er 6 uur van. Gjendeosen is de kiosk annex parkeerplaats bij het voetgangerspontje. | E) Échte Noorse kaas 15 Kilometer ten zuiden van de Jotunheimvegen -zie hieronder- wordt in de plaatselijke lunchroom van Beitostølen de kaas verkocht van de Nederlandse kaasmaker Mohammed Germiani. De kaasmakerij is gevestigd in het nabijgelegen Beito. Er is in januari 2008 een TV-uitzending van "Ik vertrek" over de emigratie van hem en zijn gezin naar Noorwegen geweest. | | | 18 Kilometer ten zuiden van het Gjende kan men van wegno.51 afslaan linksaf op de Jotunheimvegen. De Jotunheimpas is een 45 km lange bergroute door een weids berglandschap met uitzichten op hoge toppen en uitgestrekte meren. Op de hoogvlakten grazen kuddes rendieren. De tol tussen Bygdin en Skåbu is 100 NOK. | Skåbu is het hoogstgelegen permanent bewoonde dorp van Noorwegen. Bij Skåbu komt men terecht op wegno.255. Dit is een lus aan wegno.E6 -Dombås / Lillehammer-: van Vinstra naar Lillehammer. In 2007 is deze weg vernoemd naar de schrijver van het Noorse volkslied die ooit 35 jaar aan deze weg heeft gewoond: Bjørnstjerne Bjørnson (1832 - 1910). Bjørnson was ook politicus en in 1903 ontving hij de Nobelprijs voor de literatuur. | | | kalksteenformaties in Skåbu ![]() foto: otta2000.com De route gaat door de hoge bergvallei van Espedalen: men kan nog eens fraai terugkijken op het bergmassief Jotunheimen. Aan de zuidzijde van het meer Espedalsvatnet ligt aan een zijweggetje rechts van wegno.255 Veslegruva: een oude koper- en nikkelmijn -nadere info is welkom!!-. Iets verderop aan wegno.255 ligt Helvete Naturpark met het kolkgat Helvete: een steen heeft ooit onder een gletsjer gelegen en middels kolkende bewegingen van water is in de rotsbodem een holte ontstaan. In het Noors heet zo'n slijpgat een "jettegryte". Het park is geopend van 1 juli tot 15 augustus. | Bjørnsonvegen wordt afgesloten in het lagere dal Vestre Gausdal met zijn mooie boerderijen. Hier vindt men ook "Aulestad", het vroegere woonhuis van Bjørnsterne Bjørnson met veel verzamelde kunst. Er worden rondleidingen gegeven van 18 mei tot 30 september. De toegangskaarten geven ook toegang tot andere bezienswaardigheden in Lillehammer: Bjerkebæk, Maihaugen en het Olympisch Museum. | | | Mountainbiken rondom Kvitfjell Op het | | "Niet spectaculair, maar zeer mooi en rustig". Ten noorden van Bjørnsonvegen loopt enigszins evenwijdig de 65 km lange route "Peer Gynt vegen". Deze begint een stukje ten zuiden van Skåbu en aan het begin van Bjørnsonvegen linksaf/westwaarts. Het eindigt bij Svingsvoll: daar kan men met wegno.254 zuidwaarts naar Lillehammer of linksaf/westwaarts naar Tretten -beiden aan wegno.E6-. In Vinstra -aan wegno.E6 en niet aan de route ...- vindt men het graf van Peer Gynt. Ook vindt men er, in één van de originele gebouwen van de boerderij waar de historische Peer Gynt heeft gewoond, de Peer Gynt Samling. De tentoonstelling omvat foto's, plakaten, programma's, kostuums en boeken uit verschillende landen verzameld. Ook verkoopt men als eerbetoon aan de lokale held Het hoogste punt ligt op 1.053 moh. De weg is alleen 's zomers geopend, gewoonlijk vanaf begin juni totdat de eerste sneeuw weer valt. Het is een onverharde bomveg = tolweg: 2 x 60 NOK. | | In opdracht van de Noorse regering maakte de toneelschrijver Henrik Ibsen (1828 - 1906) een rondreis om verhalen van het volk aan te horen. In het -nabijgelegen- dorp Vinstra schreef Ibsen de avonturen van de legendarische Peer Gynt op uit de mond van de bergbewoners. Deze verhalen verwerkte hij in een toneelstuk. Het hoofdthema van het toneelstuk is de al dan niet opzettelijke verwarring van leugen en waarheid door Peer, en zijn lang en steeds sterker wordende verhaal over zijn belevenissen in de bergen. Van Peer Gynt, die hier in de streek verschillende avonturen beleefde, wordt gezegd dat hij een natuurmens, dagdromer en uitstekend verteller was. | | Tekst: digischool.nl » "Peer Gynt behandelt het leven van een eenvoudige boerenzoon, die alle denkbare avonturen beleeft voor hij als oude man terugkeert in zijn geboortestreek en sterft. Het speelt zich af in de bergen van Noorwegen, tussen dorpelingen en kobolds (soort trollen), in Marokko, onder de Bedoeïenen, in een gekkenhuis in Caïro en aan boord van een schip. Als jonge man verleidt Peer een bruid op haar trouwdag en wordt verliefd op Solvejg, een jong meisje dat ook op de bruiloft is, en moet vluchten. Hij komt terecht bij de kobolts en verwekt een kind bij "De Groene Vrouw". Dan bouwt hij een hut voor zichzelf in de bergen, waar Solvejg hem vindt en hem belooft dat ze altijd van hem zal houden. De kobolds komen echter hun rechten opeisen en weer moet Peer vluchten. Solvejg belooft op hem te wachten. Vele jaren later komt Peer terug in de hut om te sterven en vindt daar tot zijn vreugde Solvejg, die haar hele leven op hem gewacht heeft. Haar liefde verlost hem van zijn zonden en hij sterft in haar armen." | Tekst: volkskrantreizen.nl » "Peer Gynt, dat was de boer Peder Olson die van 1732 tot 1785 in Hågå woonde, een gehucht bij Vinstra. Indien we de verhalen ter plekke mogen geloven, was hij eigenaar van de boerderij Nordigard. Een boerderij met status, want na Gynt's -lees: Olson's- dood ontfermde er zich eerst de bisschop van Nitaros over, en vervolgens na de reformatie een Deense koning. Tegenwoordig is de hoeve privé- bezit. Dat is één mening. Maar voor hetzelfde geld was Peer Gynt de grootgrondbezitter Peder Lauritsen -of Lauritson- die in 1665 overleed (leeftijd onbekend) en ook al -heerlijk toeval- in Hågå woonde." | Oostelijk evenwijdig aan wegno.E6 loopt wegno.3 met hieraan "Jutulhogget": de grootste canyon van Noord-Europa. Er zijn verschillende wegen ernaartoe, één ervan is de bergweg Frissvegen: bij Ringebu aan wegno.E6 oostwaarts / tussen Ringebu en Atna (provincie Hedmark), over de hoogvlakte Ringebufjellet. In Ringebu staat een staafkerk uit de 13e eeuw. Vijftien minuten rijden vanaf Ringebu vindt men langs Frissvegen de camping "Friisvegen Turistsenter Måsåplassen" (ook met hytter). | | Bij Ringebu vanaf wegno.E6 oostwaarts komt men op een gegeven moment uit op wegno.219: rechtsaf en een stukje verder komt men op wegno.3. Linksaf/noordwaarts is het ongeveer 30 km naar Jutulhogget. |
O P P L A N D | |||||||
| O P P L A N D | ||||||||
| O P P L A N D | ||||||||
| O P P L A N D | ||||||||
| O P P L A N D | ||||||||
| O P P L A N D | ||||||||
| O P P L A N D | ||||||||
| O P P L A N D | ||||||||
| O P P L A N D | ||||||||
| O P P L A N D | ||||||||
| O P P L A N D | ||||||||
| O P P L A N D | ||||||||
| O P P L A N D | ||||||||
| O P P L A N D | ||||||||
| O P P L A N D | ||||||||
| O P P L A N D | ||||||||
| O P P L A N D | ||||||||
| O P P L A N D | ||||||||
| O P P L A N D | ||||||||
| O P P L A N D | ||||||||
| O P P L A N D | ||||||||
![]() Oost-Noorwegen / Austlandet: 2.8 provincie Hedmark |
|
· Het provinciehuis staat in Hamar.· De provincie Hedmark maakt deel uit van de regio Østlandet (= Akershus + Buskerud + Hedmark + Oppland + Oslo + Telemark + Vestfold + Østfold). · Hedmark kent drie districten: Østerdalen » Glåmdalen » en Hedmarken » . | | | | Gemeentelijke samenwerkingsverbanden: | Fjellregionen op fjellregionen.no » | Regionrådet for Sør-Østerdal op osterdalen.hedmark.org » | Regionrådet for Hamarregionen op hamar-regionen.no/ » | Glåmdal regionråd op glomdal.hedmark.org » Het provinciewapen toont drie zilveren beitels tegen een groene achtergrond. Met deze beitels werden vroeger de gekapte bomen ontbast. In de tegenwoordige bosbouw gebeurt dit uiteraard mechanisch.Aan wegno.3 door het dal Østerdalen, ca. 19 km ten zuiden van Alvdal en 500 meter vanaf het Barkald-treinstation vindt men het bijzondere fenomeen Jutulhogget. Het is de grootste canyon van Noord-Europa: 150 tot 500 m breed, wanden van 100 tot 240 m hoog en 2,5 km lang. Waarschijnlijk is 'ie ontstaan door een grote vloedgolf tijdens de IJstijd, 10.000 jaar geleden. Men kan de kloof -beneden- bijna tot het eind inwandelen. Het sprookje vertelt dat de kloof werd uitgehakt door de trol Rendalsjutulen: deze wilde de rivier Glomma in zijn vallei laten stromen. Helaas kwam de zon op terwijl de trol nog druk mee bezig was en van de trol bleef niets over dan een hoop steengruis (dit overkomt alle trollen die de zon te zien krijgen ...). Birkebeiner-races moderne Birkebeiners ... De sage over de Birkebeiners leeft in Noorwegen nog steeds heel sterk. Jaarlijks wordt de redding van kroonprins Håkon Håkonsson herdacht met drie sportevenementen: een langlauf-race, een mountainbike-race en een halve marathon.![]() foto: onbekend · Birkebeinerrennet in maart is één van de grootste langlaufe-races ter wereld. Ruim 12.000 deelnemers starten voor een tocht van 54 km van Rena -aan wegno.3- naar Lillehammer. Er worden ook zuster-skiraces georganiseerd in Wisconsin (Verenigde Staten) en in Alberta (Canada). · Birkebeinerrittet is in augustus met 11.000 deelnemende mountainbikers ook één van de grootste terreinfietstochten ter wereld. De race is 92 km lang door bergachtig terrein met start in Rena en finish in Lillehammer. Er mogen max. 500 buitenlanders meedoen. Alle deelnemers in langlaufen en fietsen moeten 3,5 kg in hun rugzak meetorsen · Dat rugzakje van 3,5 kg is men ook verplicht te dragen tijdens de mountainbike-race Aursjørittet. Over Aursjørittet vertelden we eerder meer een stukje terug in ons verhaal onder 2.5 provincie Møre og Romsdal II (pag.27) » . · Birkebeinerløpet in september is de halve marathon over 21 km tussen Sjusjøen en Lillehammer. Er worden ook run-evenementen georganiseerd in Wisconsin (Verenigde Staten). | | | Den historiske bakgrunnen Tussen 1130 en 1217 werd Noorwegen geteisterd door burgeroorlogen. Er werd geknokt vanwege de sociale omstandigheden, vanwege de verhoudingen tussen kerk en koning en vanwege de troonopvolging. Er was mot tussen de Bagli-partij -aanhangers van het bisdom Oslo en de adel rond de Oslofjord- en de Birkebeiner-partij -landmannen en mensen afkomstig uit de boerenstand-. De Birkebeiners zouden de strijd winnen toen in 1227 hun kandidaat Håkon IV Håkonsson definitief alleenheerser van Noorwegen werd. De Birkebeiners werden aanvankelijk door hun tegenstanders zo genoemd omdat zij hun schoeisel uit pure armoede van birkebein -berkenschors- maakten. Aan het eind van het liedje werd het een geuzennaam. Håkon IV Håkonsson was een buitenechtelijke zoon van Håkon III Sverresson en werd na de dood van zijn vader in 1204 geboren. (Zijn vader werd ziek na een aderlating tijdens de kerst van 1203 en zou aan de gevolgen daarvan op 1 januari 1204 overlijden. Zijn dood werd in verband gebracht met een vergiftiging waarvan zijn Zweedse stiefmoeder -de stiefoma van de kroonprins- verdacht werd). In 1206 moest de kroonprins in veiligheid gebracht worden en een groepje Birkebeiner-strijders vluchtten met de jonge Håkon naar het hof van koning Inge II Brådsson in Nidaros -het huidige Trondheim-. Tijdens hun skitocht over de bergen komen ze, met het kind in de armen, in een gruwelijke sneeuwstorm terecht. Alleen de twee sterkste strijders, Torstein Skjevla en Skjervald Skrukka, volbrengen de tocht en ook het prinsje is veilig. Håkon IV "de Oude" Håkonsson (1204 - 1263) was koning van 1217 tot 1263. Tijdens zijn regering was er meer binnenlandse rust en voorspoed dan Noorwegen in tijden had gekend. Het was het begin van wat bekend zou worden als "de Gouden Tijd van het middeleeuwse koninkrijk Noorwegen". | | | |
||||||||
H E D M A R K | ||||||||
| H E D M A R K | ||||||||
| H E D M A R K | ||||||||
| H E D M A R K | ||||||||